Russische effecten ongeldig verklaard

1917

Russische effecten ongeldig verklaard

Verwachtingen omtrent de industrialisatie en de opkomst van Rusland, maakten Russische effecten populair bij West-Europese beleggers. De Oktoberrevolutie van 1917, waarbij bolsjewisten onder leiding van Lenin de macht grepen, gooide roet in het eten. Nederlandse investeerders hadden voor 1917 naar schatting tussen één en twee miljard gulden belegd in Russische obligaties en door de staat gegarandeerde spoorwegleningen. Die waren opeens waardeloos. Na de revolutie staakte de Russische Raad van Volkscommissarissen rente- en aflossingsbetalingen. Alle leningen die ‘door de regeringen der Russische bourgeoisie’ waren opgenomen of gegarandeerd, werden ongeldig verklaard.  

Een commissie van de Vereniging voor de Effectenhandel die opkwam voor de benadeelde  effectenbezitters concludeerde dat alleen in Nederland voor minimaal 950 miljoen gulden aan Russische staatsobligaties waren geplaatst, een bedrag net zo hoog als het balanstotaal van de Nederlandse Bank over 1917-1918. Overigens werkten lang niet alle investeerders aan het onderzoek mee; het in werkelijkheid verdwenen bedrag moet daardoor flink hoger zijn geweest. Ondanks de inspanningen van de Vereniging en Den Haag hebben de gedupeerde beleggers in Nederland tot op de dag van vandaag nooit iets terug gezien van hun investeringen. Uit verontwaardiging over deze kwestie duurde het tot 1942 voordat Nederland de Sovjet-Unie als staat erkende.

In 1997 wist de Franse regering wel een beperkte schadeloosstelling binnen te slepen. Dit lukte omdat Frankrijk nog Russische goudvoorraden bewaarde. Ook Groot Brittannië slaagde er in 1986 al in een deel van de Britse investeringen terug te krijgen. De Bank of England had sinds de revolutie nog altijd tegoeden van het tsaristische regime bevroren. Ook de Britten konden dus een vuist maken. Helaas had Nederland niets om terugbetaling af te dwingen. Bovendien stonden in Engeland en Frankrijk de stukken op naam en ging het in Nederland om stukken aan toonder. Dat maakt de bewijslast een stuk moeilijker. In 1998 is voor het laatst kort sprake geweest van het treffen van een  regeling voor Nederland. Daar is het toen uiteindelijk toch niet van gekomen. Of het er ooit nog van komt? De tijd zal het uitwijzen.