Het eerste beleggingsfonds

1774

Het eerste beleggingsfonds

De tweede helft van de 18e eeuw was de economische situatie weinig rooskleurig. In Engeland ging de Ayr bank failliet en de Nederlandse bank Clifford & Co werd in dit faillissement meegetrokken.  Het gevolg was een crisis die in 1772 steeds verder om zich heen greep.  Zoals dat vaker gebeurt, leidden tegenslagen tot herbezinning en innovatie. De Amsterdamse makelaar en koopman Abraham van Ketwich richtte het eerste beleggingsfonds ter wereld op en noemde dit Eendragt Maakt Magt. Het idee was het risico voor individuele beleggers minder groot te maken door spreiding over verschillende fondsen. Kennelijk was in Nederland op dat moment het aanbod van effecten breed genoeg om een beleggingsfonds te kunnen stichten.

Omdat veel beleggers hun bekomst hadden van aandelen, richtte Eendragt Maakt Magt zich op obligaties. Het fonds bestond uit verschillende ‘classen’. Iedere classe vertegenwoordigde honderd vrij overdraagbare deelnemersbewijzen aan toonder met een nominale waarde van 500 gulden. Het ging om buitenlandse obligaties. Nederlandse obligaties gaven weliswaar een beperkt risico, maar leverden niet genoeg rendement op. Abraham van Ketwich liet het fonds beheren door twee commissarissen. Zelf deed hij alleen de administratie. Met deze scheiding der machten voorkwam Van Ketwich belangenverstrengeling. Mede door de Vierde Engelse Oorlog en politieke omwentelingen in Europa werd het fonds geen succes. In 1824 volgde liquidatie.

De beurscrash van 1929 deed de belangstelling voor het spreiden van risico en dus voor beleggingsfondsen herleven. In december 1929 richtten enkele havenbaronnen het Rotterdams Beleggers Consortium op, dat tot op de dag van vandaag als beleggingsfonds actief is onder de naam Robeco.