De eerste vrouw op de beursvloer

1923

De eerste vrouw op de beursvloer

“Het was heden een gedenkwaardige dag in de geschiedenis van de Amsterdamsche Effectenbeurs. H.M. de Vrouw deed haar intrede in den tempel, die tot nu toe het onbetwiste terrein van den man is geweest”. Aldus beschreef het Handelsblad van 16 april 1923 het toetreden tot de beurs van mejuffrouw Henriëtte Wilhelmina Deterding, het eerste vrouwelijke lid. Zij werd door beursvoorzitter W.G. Wendelaar binnengeleid en er waren bloemen. Haar lidmaatschap duurde tot 1931. Toch was de komst van juffrouw Deterding geen voorbode van een nieuwe tijd. De beurs was en bleef een mannenbolwerk.

Johanna Borski-van de Velde, die leefde van 1764 tot 1846, zou mogelijk jaloers zijn geweest op juffrouw Deterding. Johanna bestierde - na het overlijden van haar man in 1814 - een aanzienlijk financieel imperium, de Firma Weduwe Borski, onder meer commissionairs in effecten. Zij vertoefde in de hoogste financiële kringen en leidde het bedrijf even succesvol als haar man dat had gedaan. Eén ding moest zij echter uit handen geven aan haar mannelijke procuratiehouder en dat was de vertegenwoordiging van de firma op de beurs. In die tijd mochten vrouwen daar alleen als toeschouwer naar binnen.

In februari 1975 verwelkomde de beurs de eerste drie vrouwelijke beursbedienden: hun komst was mogelijk door een wijziging van het bediendenreglement. Dat dit gepaard ging met liederen als “O, wat ben je mooi”, en “Je mag er alleen maar naar kijken”, geeft aan dat dit ook toen nog een bijzondere gebeurtenis was.