De AEX-index

1983

De AEX-index

Tot 1983 was het Centraal Bureau voor de Statistiek de enige instelling in Nederland die een beursgraadmeter publiceerde. In de CBS-index waren alle fondsen vertegenwoordigd. Met de EOE-index - de huidige AEX-index - kwam er een beursindex met alleen de belangrijkste aandelen: de eerste blue chip index in Europa.

Tjerk Westerterp, de eerste directeur van de Amsterdamse Optiebeurs, selecteerde 13 fondsen voor de nieuwe index: ABN, Ahold, Akzo, Amro, Gist-Brocades, Heineken, Hoogovens, KLM, Royal Dutch, Nationale Nederlanden, Philips, Unilever en Nedlloyd. Dit lijstje groeide later uit tot 20 ondernemingen en kwam uiteindelijk in 1990 op het huidige aantal van 25 fondsen. De selectie vond tot voor kort altijd plaats op basis van de handelsomzet op de effectenbeurs. Sinds 2014 vormt de beurswaarde van de vrij verhandelbare aandelen het uitgangspunt. Na de introductie in 1983 werd van verschillende kanten gesputterd dat een index met zo weinig fondsen nooit kon dienen als beursgraadmeter, maar in de praktijk bleek de beweging van de AEX-index heel goed overeen te komen met de bestaande breder samengestelde indices. Gevolg was dat de nieuwe index al vrij snel uitgroeide tot wat hij nu is, de belangrijkste beursindex van Nederland.

Dat het mandje aandelen van de index niet al te omvangrijk was, had twee voordelen. Anders dan de CBS-index kon de stand van de index snel worden berekend - in het begin gebeurde dat al iedere 15 seconden - en ook was de index goed verhandelbaar. Dat laatste is een eerste vereiste wanneer op een index opties worden genoteerd en daarvoor was de AEX-index uiteindelijk door Westerterp in het leven geroepen. De waarde van de index is sinds 1999 gebaseerd op euro’s, maar in 1983 begon hij op een waarde van honderd gulden (€ 45,38). Op 4 september 2000 bereikte de index de hoogste slotstand ooit: 701,56 punten.